Feeds:
Berichten
Reacties

Zoon en ik keken naar een affiche met de tekst ‘God bestaat niet.’

‘Iedereen heeft een beeld van God in zijn hoofd, ook degene die denkt dat God niet bestaat,’ was zoons (14) commentaar. ‘Dus God bestaat.’

Je moet als volwassene opletten als een kind zijn mond open doet. Je zou per ongeluk iets geniaals kunnen missen.

Voor wie de diepte voelt van deze uitspraak, voorbij het verstandelijke concept, zal het met me eens zijn dat die niet onder doet voor wat een gehandicapte eerder  zei.

Daarmee bevindt mijn zoon zich – en ik ben bloedserieus! – in goed gezelschap. Over de wijsheid van zogenaamd ‘gehandicapten’ zal ik later nog heel veel gaan bloggen.

Hoe dit verhaal afliep: Ik tekstte zoons conclusie naar @honestwithyou, de maker van het affiche. Hij grinnikte terug:

‘Ik kan niemand bekeren!’



Regelmatig lig ik in de clinch met mijn menselijkheid. Ik streef naar harmonie en perfectie en dat soort zouteloze zaken, maar af en toe word ik ingehaald door mijn menselijke driften. Zoals boosheid. En dan bedoel ik met name mijn boosheid over de domheid van mensen. Die drift vind ik van alle nog wel de meest onbetamelijke. De wereld zit immers niet te wachten op mijn boosheid, eerder op mijn compassie met des mensen onwetendheid. Maar soms is mijn water troebel. Dan drijft er drab en modderigheid in, en ontstaat er een stukje als dit:

Waarin onderscheidt de mens zich van het dier? In zijn domheid. Domheid doordrenkt onze geschiedenis.

Slimheid en domheid

Slimheid daarentegen heeft geleid tot  uitvindingen die tot meer in staat zijn dan een gemiddeld mens ooit zou kunnen bewerkstelligen. Reddende intelligentie is de nagel aan de doodskist van de domheid, zou je denken. Dat dachten velen met mij. ‘Ga maar naar school,’ zei menig hervormer. ‘Kennis brengt emancipatie en vrijheid.’ Maar nee. Slimheid en domheid bestaan al sinds mensenheugenis vredig naast elkaar, alsof ze een huwelijk zijn aangegaan dat in stand blijft om de kinderen.

Baarden

De een gebruikt de ander. Slimheid spant domheid voor zijn karretje (De dure ontwikkeling in de wapenindustrie bijvoorbeeld wordt gefinancierd door domme belastingbetalers die zich bang laten maken voor baardige buren ) en domheid gebruikt slimheid om zijn territorium veilig te stellen ( belastingbetalers die zo dom zijn om zich te laten bang maken financieren liever ingewikkelde bommen dan voedsel).

‘Ik blijf me vooral verbazen over de domheid ten aanzien van religie en spiritualiteit,’ zei vriend M, toen we vanmorgen boven zijn uitmuntende koffie* zaten te klagen. ‘Het geruzie over welke God beter is bijvoorbeeld, heeft toch het niveau van welke profeet de grootste pik heeft.’

Actuele voorbeelden hoef ik niet aan te dragen, sla gewoon je krant op of doe de televisie aan. De media floreren dankzij de hardnekkige begeerte van mensen om zich dagelijks met domheid te vullen.

Timoer Lenk

Ik haal een paar exemplarische anekdotes aan die me onlangs werden voorgehouden. @AchmedSadat liet me een stukje lezen over de Turks mongoolse krijgsheer Timoer Lenk, die in de veertiende eeuw vanuit het huidige Oezbekistan zijn Tataren over de Oostaziatische wereldkaart schoof en torens bouwde van afgehakte mensenschedels.   Hij verloor geen enkele veldslag, zo wil het verhaal, en veroverde gebieden zo groot als continenten, wat een slimbo. Maar zodra hij zijn kont had gekeerd stond het verslagen volk weer op. Hij deed zijn hele leven niet anders dan heen en terug sjezen om nog meer koppen af te hakken.

Wat dacht hij nou, dat hij en zijn rijk onsterfelijk waren? Wat wilde hij bereiken? Na zijn dood stortten de schedeltorens onmiddellijk in en verbrokkelde zijn bebloede rijk. Hij stierf eerloos aan een verkoudheid. Ik denk dat een mannetje als hij liever een zwaard in zijn donder had gehad, maar zie, God is onverbiddellijk en geeft iemand zijn verdiende loon. Dat is denk ik het kenmerk van domheid: Het niet rekening houden met de gevolgen van je daden.

Hamburgers of zuurstof

Hoe kunnen mensen toch steeds vergeten dat hun daden consequenties hebben? Al op mijn veertiende wist ik dat als we ophouden met beesten eten, we geen oerwoud meer hoeven kaal te schrapen om onze hamburgers op te laten grazen. Er is zoveel meer voedsel als het direct van het land komt en niet via een onreine varkensmaag tot ons hoeft te komen. Hongersnood? Flauwekul, echt waar.  Het product van domheid, misschien zelfs van kwaadwilligheid (die twee liggen dicht bij elkaar).

En wat denken we nou, dat we alleen vandaag hoeven te ademen? Volgend jaar hebben we de zuurstof van het oerwoud ook nog nodig. Maar ik schijn een roepende in de woestijn, want in een omtrek van 200 meter de enige vegetarier, haha.

Cannabis in India

In het kader van mijn zoons fascinatie met drugs lees ik er boeken over, want kennis is een wapen tegen angst. Gister las ik hoe dol het Indiase volk al eeuwen is op marihuana en hash.** Onder invloed raken Indiërs geïnspireerd.  Ze denken dat het hen dichter bij de goden brengt. Bij het feest van de bloeddorstige Kali wierp men zich nog in de negentiende eeuw na het gebruik van cannabis voor de poten van paraderende olifanten. Volgens een schatting uit het jaar 1806 stierven er jaarlijks 20.000 mensen aan verplettering. Hoe dom kun je zijn? Maar misschien is er een onzichtbare volksgeest die overbevolking constateert en de massa’s aanzet tot zelfvernietiging. Dieren pakken dat eleganter aan, vind ik. Met minder drama en zonder vuurwerk en geldverspilling. Lemmingen stappen gewoon van de rots af.

Op meer verlichte momenten kan ik liefdevol de onwetendheid van mensen aanschouwen en geduld opbrengen met de vrijheid van experimenteren van mijn minder heldere soortgenoot (aummm). Maar soms …

Humor kan mij redden weet ik, en wel vooral de humor over mijn eigen stommiteiten. Ben ik zelf dan ook dom? Maar natuurlijk.  Die toegeeflijkheid aan lagere driften is bijvoorbeeld heel dom. Het allerdomste is ongetwijfeld dat mij nu niet een ander voorbeeld te binnen schiet, anders had ik je hem graag gegund.

*Uitmuntende koffie, en dan bedoel ik vers gemalen bonen in een potje op het vuur. Niet de veel te dure van smaak- en andere vergiftigende Eetjes doortrokken zakjes van de huidige koffiemode. Zelfgebrouwen espresso met opgeklopte melk, werkelijk wat een klasse. Alsof de Ethiopische geiten zelf hun extase met je komen delen.

** ‘In plaats van ik’, De verborgen werking van drugs, door Ron Dunselman, blz 90

Ik wil voor http://OKContact.wordpress.com een nuttig stukje schrijven over de afwas-soap met mijn zoon, maar ik zit in de trein en word wat afgeleid door mijn directe omgeving. Naast me zit @anneliesleiwa (volg haar, geachte twitteraars, ze kleurt erg leuk in je vriendenverzameling), net als ik met een prachtig macbookje op schoot, en de overige ruimte van deze vierzitsplek wordt ingenomen door een vriendelijke meneer. Officieel zit hij recht tegenover me, en daar zal zijn centrum zich ook wel ongeveer bevinden, maar hij dijt zodanig uit, dat het niet heel relevant is om zijn middelpunt nog te bepalen.

Hij zit wijdbeens om mijn knieën heen, en buigt zich af en toe glimlachend over naar de krant van zijn vrouwtje, dat bij nadere beschouwing de resten tussen het raam en zijn rondingen blijkt te vullen. Eerst had ik haar niet opgemerkt. Eigenlijk is tussen zijn plooien alleen haar krant zichtbaar.

En nu zit ik dan in de trein een stukje te typen. Niet te geloven, zoals deze fossiel (ondergetekende) met de neiging zich onder de deken te verstoppen zodra de wereld wat te luidruchtig bij haar aan klopt, zich heeft aangepast aan de intercity van de technologische vooruitgang.

Nog maar twee jaar geleden ging ik bibberend mijn eerste mobiele telefoongesprek in de trein aan. Daar is wat aan voorafgegaan. Mijn vriend had me een mobieltje cadeau gedaan, zodat ik ten allen tijde voor mijn zoon bereikbaar zou zijn. Dat argument trok me over de streep, want daarvoor vond ik het ding smogtechnisch niet verantwoord. Als gevoelig type had ik het niet zo op niet-menselijke trillingen, hoe bizar sommige mindergevoeligen dat misschien ook mogen vinden. GSM en computer, dect en zelfs televisie werden lang door mijn biologisch afbreekbare volkoren alarmsysteem geweerd.

Ik weet nog dat mijn zoon toen hij zeven was, verzuchtte:

‘Mama, ik wil zo graag een bank in de woonkamer, net als normale mensen!’ Wij hadden kussens op de grond en een hangmat. Die opmerking opende mijn in meditatiestand geloken ogen. Als ik niet wilde dat mijn zoon als een wereldvreemde worteltjesetende grotbewoner zou opgroeien, zou ik concessies moeten doen. Er kwam een bank en zelfs een televisie. Hij was de koning te rijk. Zeker toen hij na nog weer een tijdje een half uur per week een debiel spelletje op een vooroorlogse pc mocht doen.

Maar goed, terug naar het verhaal in de trein. Ik had een mobiel. Als ik het ding wilde gebruiken om mijn zoon te traceren, zorgde ik er altijd voor dat ik onzichtbaar en onhoorbaar was voor anderen. Ik dook een uitgestorven steeg in, keek als een ontsnapte politieke gevangene om me heen en boog dubbel over mijn tas, zodat niemand kon zien wat ik uitvoerde.

De eerste keer dat ik in het openbaar een gesprek moest voeren, was dus in de trein. De beller was mijn vriend, de gulle gever.

‘Hallo! Ik dacht, je zit nu in de trein, laten we eens gezellig kletsen!’

‘Ja.’

‘Hoe gaat het, was je dag succesvol? Vertel!’

‘Ja’

‘Wat zeg je? Ik versta je niet goed.’ Allicht niet, ik fluisterde achter mijn hand, bedekt door een sjaal in de kraag van mijn trui.

‘Ik kan nu niet praten,’ siste ik.’ ‘Ik zit in de trein!’

‘Ja dat weet ik toch, daarom…’

‘Tot straks!’ klik. Mijn vriend vergaf me, hij heeft engelengeduld met mij.

Dat geduld werd beloond, want nu zit ik met mijn macje op schoot, ten overstaan van de hele wereld, beurtelings te bloggen en te smsen op mijn touch screen (nog net geen I Phone, dat is mijn volgende doel). De internetverbinding heb ik nog niet voor elkaar. Annelies naast mij wel. Ik zeg tegen haar:

‘Wat zou het leuk zijn als ik ook verbinding had, dan konden we naar elkaar twitteren.’

‘Ja, zoals ‘er hangt een druppel aan je neus’’, grijnst ze. Maar wat we telepathisch van elkaar weten is dat we dat niet zouden twitteren. We zouden schrijven: ‘Wat een beeldvullende meneer, hier aan de overkant!’

Telepathie, zo oud als de wereld, blijft toch ook een communicatiemiddel om mee rekening te houden.

Retard

Duncan, retard, 15 years old:

‘Do you think God and Mother Nature live in the same house?’

Tijd genoeg

Het eind van het jaar voelt als een te vol gestopte kalkoenenbuik.

De tijm moet er nog in en de uien en de knoflook en de laurier en het hallo zeggen tegen de buurvrouw die ik al drie maanden niet heb gesproken en het masseren van neef en het hart onder de riem steken van een vriendin die in scheiding ligt en de laatste was. En de wc bril moet ook nog gerepareerd. Dat moet allemaal voor 1 januari. Op de eerste dag van het jaar wil ik de lei wel graag schoon.

Maar als de kalkoen eindelijk vol en gaar is, is hij niet te eten. Hij ligt te zwaar op de maag en moet doorgespoeld met koffie. Hopelijk kan ik daar niet van slapen. Want dan heb ik de stille uren van de nacht om iets nuttigs doen. Iets waarvan de druk in mijn hoofd kleiner wordt.

Helaas komt er voor iedere gedane klus een nieuwe in de plaats.

Maar om eerlijk te zijn, de constipatie in mijn overvoerde systeem wordt niet zozeer veroorzaakt door de peanuts als wel door de grote dromen. Ik wil naast mijn werk een boek schrijven. En een expositie bij elkaar schilderen. En een cd maken.

Ik houd mijzelf min of meer overeind aan de keukentafel.

‘Wat is er?’ vraagt zoon aan de handen in mijn haar. Ik kijk op en toon hem mijn wallen.

‘Als ik toch eens een heleboel tijd kado kon krijgen…’ Zoon draait zich alweer om.

‘Je hebt nog minstens dertig jaar te leven. Je hebt tijd genoeg.’ Verbijsterd kijk ik naar de dichtvallende deur.

Mijn zoon, mijn heiland. Dertig jaar! 5 om te coachen, 5 om de expositie vol te krijgen, 10 om drie boeken te schrijven en dan nog 10 om andere leuke dingen te doen!

Waar heb ik me ooit druk om gemaakt!

‘En als je voor die tijd geschept wordt door een bus?’ vraagt de altijd logisch denkende zwartkijker.

Nou ja, dan heb ik dat niet geweten. Op is op. Maar nu heb ik tijd genoeg!

Vorig jaar rond deze tijd vroor het ook zo hard. Mijn vijver raakte dicht. De eerste dagen hield ik hem open voor het leven dat zich in de donkere diepte onder de ijslaag had verscholen, maar het was niet bij te houden.

Mijn hoofd stond er ook niet helemaal naar. Bijna iedere dag maakte ik de reis naar het ziekenhuis waar Semmetje lag te vechten. Klein en kwetsbaar in die zee van gesteven wit, een ander kind van acht zou tweemaal zo groot zijn. Zijn lichaam had het sinds de bijna-verdrinking zeven jaar eerder te druk gehad met andere dingen, om te kunnen groeien volgens de algemene voorschriften.

Het hoofdje lag naar links, nooit naar rechts, want die draai stonden de verkrampte spieren al tijden niet meer toe, de schedel een beetje vervormd van het vele liggen in dezelfde houding. Wat gebeurt er met een bol brooddeeg dat je verzuimt in de oven te doen? Hij zakt langzaam naar de vorm van zijn ondergrond.

Ik had wel foto’s gezien van voor het ongeluk. Een stevig kereltje was Sem toen, met wit glanzende engelenkrullen. Gelukkig dat hij zo stoer was, dat hij wel tegen een stootje kon. Want je hebt heel wat te verduren als je in een lichaam woont dat het niet meer doet. Een lichaam dat door anderen getild, gedragen, gekleed, gevoed, ontlast, geprikt, onderzocht, verplaatst, omhoog gehesen en verschoond moet worden. Al dat gesjor aan je lijf, terwijl je niet kunt zien waar de handen of de bedrand je de volgende keer  zullen raken. En hoe hard.

Hij lag in dat grote ziekenhuisbed als een visje te happen naar adem, de ogen gesloten, de lippen getuit, zijn borst rijzend en dalend op het ritme van de hartslag van een mus.

Veel mensen vinden het moeilijk om bij een mens te zijn die niet reageert. Dat vond ik eerst ook.

‘Hallo Sem, hoe gaat het jongen?’ Stilte. Moet ik zeggen wie ik ben, of herkent hij me wel aan mijn stem?

‘Je hebt het zwaar, he kerel? Vind je het zo lastig om adem te halen?’ Stilte. Misschien hoort hij me niet eens.

‘Wat kan ik voor je doen lieverd?’ Stilte. Misschien is hij niet echt bij bewustzijn, heeft hij geen weet van mensen om zich heen.

‘Vind je het prettig dat ik je aanraak of juist niet?’ Stilte. Ik sta mezelf hier belachelijk te maken.

Zo was het in het begin. Maar ik ging zijn antwoorden horen in mijn hart. En verklaarde mezelf eerst voor gek, want wie hoort er nu antwoorden in zijn hart? Dat fenomeen heet toch fantasie? Maar als ik in de beslotenheid van ons samenzijn durfde uit te spreken wat ik hem vroeg en wat ik dacht te voelen als antwoord, reageerde hij. Met een kreun, met meer rust, met een trilling in een mondhoek, zelfs met koortsverlaging.

Ik kan een half boek vullen met de twijfels die ik had over mijn waarnemingen, gedurende de tijd dat ik met hem omging. Dat ga ik niet doen. Laat ik eens kijken naar wat deze bijzondere communicatie behalve twijfels nog meer opleverde.

‘Hé kerel, wat lig je hier nou,’ begroette ik hem de eerste keer in het ziekenhuis. Stilte.

‘Je bent ver weg hè jochie. Gelukkig ook maar, want het ziet er naar uit dat je lichaam het niet prettig heeft. Ik ga je even zoeken.’ Ik zette mij tas neer en ging zitten in de leunstoel naast zijn bed. Deed mijn ogen dicht, ademde een paar keer diep uit, bracht mijn kolkende gedachten tot rust.

‘Sem, waar gaat dit nieuwe avontuur over?’ dacht ik in stilte.

‘Mijn trein staat op het punt om te vertrekken,’ hoorde ik in de stilte.

‘Jongen toch, dat lijkt heel serieus. Hoe moet ik dit beeld verstaan? Bedoel je de trein die jou weghaalt uit dit leven?’ Stilte. Doe het er maar mee. Versta het, of versta het niet.

Sindsdien kreeg ik een aantal malen tekst en beeld over zijn trein en de voorbereidingen voor zijn reis. Een deel van me nam de beelden aan, een deel van me hield tot aan zijn laatste ademteug de hoop vast dat het tij zou keren. Een verpleegster kwam binnen. Ze groette me met een knikje, liep door naar Sem en verzuchtte:

‘Ach jong, wat lig je te hijgen. Je lijkt wel een stoomlocomotief.’

Sterfgevallen zijn vaak omgeven met wondertjes, met gekke toevalligheden. Mensen die het van nabij hebben meegemaakt weten dat.

Sems trein vertrok op 3 januari. We waren er allemaal bij, ouders, broer en zussen, oma, vrienden, dokters. Het was een heel bijzonder moment. Thuis, bovenop de Chinese kast in de woonkamer stopte de klok, het was zeven minuten voor half negen. Hij zwijgt nog steeds, een monument voor Sems heengaan.

Bij de voorbereidingen van het opbaren liet zijn grote zus me Sems geboortekaartje zien. Er stond een treintje op, ze had het indertijd zelf getekend.

Mijn vijver raakte in die dagen bedekt met een blinde ijslaag. In het voorjaar dregde ik het verloren gegane leven op. Vier kikkers en drie vissen, in verschillende staat van ontbinding.

Sinds een paar maanden wonen er twee verlegen goudvisjes in, afkomstig van de vissenkom van een vriendin, die ze als decoratief symbool bij het Iraanse nieuwjaarsfeest had gebruikt. Goudvisjes, symbool voor het nieuwe leven.

Dit jaar houd ik de vijver open.

Witte winter

Wat is het weer mooi vandaag. Wat is het weer mooi weer. En dan te weten dat het in werkelijkheid water is, die witte watten.

Deze sneeuw is niet het enige wat we zien. De plaatjes van vroeger schuiven tussen de zwaar beladen conifeer en de bevroren vijver van mijn achtertuin.

‘Wanneer was de laatste keer, zes jaar terug?’ vraag ik de buurvrouw. ‘Toen heb ik een sneeuwdraak in de tuin gemaakt van drie meter lengte.’

‘Ja,’ lacht ze. Maar zij ziet geen sneeuwdraak. Ze ziet hoe ze werd ingepeperd door haar puberzoon, toen hij nog thuis woonde.

En John Lennon, ook hij hoort bij sneeuw. Dertig jaar geleden zat ik in de bus, op weg naar de dansrepetities van de nieuwjaarsrevue  te denken aan mijn vriend. Hoe overstuur hij was wegens Lennons dood. Mijn blik gleed over de sneeuwhopen langs de weg, vergeefs zoekend naar een aanknopingspunt. Want door mijn aderen stroomde Bach, niet de Beatles.

In mij, in die warme bus, dampte de opwinding over de voorstellingen die we zouden gaan geven voor honderden mensen. Buiten schemerde de verlatenheid van de Lennonfans. Tussen onze werelden in die dikke beslagen busruit.

Mijn vriend en de andere fans deelden passie en verdriet en een weten waar ik niet bij kon. In de bus werd het opeens kouder dan daarbuiten.

En dan zijn daar nog al die wezens zonder herinnering aan een vorige keer. Voor mijn kat was het net zo nieuw als voor de Kenianen vorig jaar, die dachten dat het wit uit de lucht de terugkomst van Jezus aankondigde. Voor mijn petekindje ook.

Hoe haar mond open viel, toen ze die donderdagochtend naar buiten keek. En later de verrassing bij het gevoel aan haar handen. Poedersuiker is toch niet koud? De eerste sneeuwbal in haar nek. Hee, je kunt ermee gooien!

De sneeuwwitte hond van de overburen is ineens vies geel, zo geel als de plasjes van de kat op de bulten bij de schuur.

We staan in een groepje te kletsen. Onze sleetjes vroeger waren niet van plastic. En wat duurde het donderdag lang voor de sneeuwschuivers en zoutstrooiers in actie kwamen. De hele infrastructuur plat door die paar decimeter wittigheid.

‘Ze zijn het niet meer gewend,’ lach ik. ‘Wij hebben dit vroeger toch veel vaker meegemaakt.’

‘Ik niet hoor,’ zegt iemand. Oeps, hoe oud ben ik opeens?

We leven even in een kerstkaart. En het allerbeste van zo’n gelukte winter is nog wel de warme chocolademelk met slagroom, verdiend na het schoonvegen van het paadje naar de voordeur.

Poes

Knipoog naar Inge Bak, wiens poesje ik vandaag op haar blog zag.

Vandaag ontstond er spatterij op twitter naar aanleiding van een nieuwe avatar. De inzendster liet zichzelf zien met zwarte hoofddoek, geplooid zoals een moslima zou doen.

Toen ik het fotootje zag dacht ik: dit gaat beroering brengen. En ja.

Er ontstond een discussie die zowel verhit als grappig werd. Hij leidde via Surinamers, Chinezen en zonnebrillen naar Amstelveense VVD’ers en marsmannetjes.

Af en toe werd www.FrontaalNaakt.nl erin aangehaald, waar men elkaar graag om de oren slaat met burka’s, korancitaten en linkse dan wel (dom)rechtse ideologieën.

Soms overweeg ik me in zulk strijdgewoel te storten en mee te meppen of juist een nuance aan te brengen. Maar op die manier kan ik waarschijnlijk toch niet bijdragen aan het verkleinen van de kloof tussen islamofoben en islamofielen. Sowieso wordt spetterende deelname aan een discussie vaak ingegeven door de behoefte om aan te tonen wat een oetlul de ander is en hoe goed gebekt hij/zij zelf. Niet echt mijn sport.

Wat ik zelf zou willen is dat de krampen over en weer zouden verzachten tot een veelkleurige saamhorigheid, waarbij we bij elkaar boerenkool en baklava mogen proeven (niet verplicht) en waarin we samen de verrijking van Nederland vieren.

Discussies gaan meestal over groepen en stromingen en ideologieën. Maar groepen bestaan uit individuen, met hun door persoonlijke sentimenten ingegeven meningen, en ideologieën gaan pas een rol spelen als ze gepaard gaan aan emoties. En alweer, die emoties komen uit de persoonlijke kokers van heel verschillende mensen.

Ik geloof daarom dat discussies over ideologieën niet zullen leiden tot saamhorigheid, zolang we de onderliggende persoonlijke emoties er niet bij betrekken.

Door welk persoonlijk motief  word ik dan nu zelf gedreven? De islamofobie raakt me, omdat ik in de tijd dat ik een Iraanse vriend had zo veel last heb gehad van de (meestal onuitgesproken) vooroordelen van familie en vriendinnen. Hun zwijgen, hun geforceerde politiek correcte uitspraken en hun dichtgetimmerde veronderstellingen maakten het onmogelijk om het samen openlijk over hun twijfels te hebben. En over die van mij! Want help, ik was verliefd op een Iranier! Wel een stuk, maar eh, zijn Iraniërs eigenlijk geen dominante vrouwenhaters?

Het feit dat ze me onmiddellijk in een kamp zetten, schiep afstand. Toen had ik opeens iets te verdedigen.

Groepsangst of groepsgeweld wordt niet aangestuurd door ideologieën, maar door de hitte van persoonlijke emoties.

Mijn vader had de pest aan de islam. Was die afkeer gestoeld op een doorwrocht cultuurhistorisch onderzoek? Nee hoor. Opgegroeid in Indonesië had hij als jongetje verstopt tussen de takken van een boom toe zitten kijken hoe grote mannen op de edele delen van moslimjongetjes inhakten. Hij was gewoon bang geweest dat er iemand aan zijn piemel zou komen. Maar zijn afkeer, die hij had verheven tot een intelligente objectieve mening, resulteerde in racistische opmerkingen over mijn vriend en zelfs mede tot de verbanning van ondergetekende.

Je krijgt een heel ander gesprek, als je elkaar vraagt naar motieven of behoeftes. Als je niet spreekt vanuit zelfverdediging of verwijten, maar vraagt vanuit nieuwsgierigheid. Dan blijk je een mens voor je te hebben, met soortgelijke emoties en verlangens. Dan ontstaat er onderhandelingsruimte over het tolereren van elkaars levenswijze.

De ava met hoofddoek: Heeft iemand haar op twitter gevraagd waarom ze die droeg vandaag? Ik heb de vraag niet voorbij zien komen. Wel allerlei veronderstellingen, zoals dat ze sexy zou zijn. Dat ze niet sexy zou zijn. Dat ze wel of geen gevoel voor humor zou hebben. Mij zei die hoofddoek niets over haar persoon, zelfs niet over haar geloofsovertuiging.

Misschien had ze het fotootje gewoon geplaatst om te provoceren, en lacht ze nu in haar vuistje.

Maar als ik daar meer over zou willen weten, of over haar zelf, kan ik haar uitnodigen voor een kop koffie. Laat ik dat maar doen ook, ze woont maar 1 provincie verderop. Ze doet namelijk heel boeiend werk.

Zoon belt me op, om 22.03. Of ik hem wil helpen met Duits. Ben ik soms niet thuis?

Jawel hoor, ik zit aan de keukentafel te twitteren (al twee uur lang onderweg naar mijn ezel anderhalve meter verderop om een nieuw schilderij op te zetten, maar twitter trekt als een dubbele portie kauwgum onder mijn all stars.)

Zoon zit boven op zijn kamer en zijn muziek staat altijd zo hoog dat bij de trap omhoog of naar beneden schreeuwen ons niet meer redt. Dus sinds we dat geniale INT knopje op onze tweeling telefoon hebben ontdekt zijn we helemaal blij. Als de buren niet meer blij zijn, komen ze het ons wel vertellen.

22.03 zou normaliter voor een tiener een aardige tijd zijn om naar bed te gaan, niet om nog eens met huiswerk te beginnen en te zien dat het te veel en te moeilijk is dus dan bellen we even naar beneden dan komt ma me wel redden daar is ze tenslotte voor bedoeld.

Maar het fenomeen bedtijd is uitgevonden door volwassenen, daar hebben tieners niets mee te maken. Die van mij houdt niet eens de schijn op dat hij het ooit een interessant concept heeft gevonden.

‘Mama moet je luisteren, dit is Brainpower,’ zegt hij als ik, balend want nog steeds vertwitterd, boven kom.

‘Hoezo Brainpower, je moest toch Duits doen?’

‘Ja maar ondertussen kan ik je Brainpower wel even laten horen. Die vond je toch wel goed? Voor een Nederlander heeft hij een redelijk flow, vind je niet? Nederlandse rappers zitten altijd zo strak in de maat.’

‘Wat was de opdracht Zoon?’

‘Kom op zeg, ik probeer je wat over hiphop te leren. Ik moet een folder in het Duits maken.’

‘Laat eens zien dan.’

‘Dit is de voorkant, die heb ik al af. Maar wat moet hier staan?’

Iemand op twitter heeft me net geschreven dat een van mijn stukjes (Iraanse op vakantie in Nederland) is geplaatst op www.frontaalnaakt.nl. Ik vind dat erg leuk en moet er nog even over terug kwetteren en ben dientengevolge niet in de stemming voor Duits, als ik dat ooit al was.

‘Heb je al een Duitse reclame gegoogled? Dan schrijf je die over,’ hoor ik mezelf zeggen. Zoon is aangenaam geschokt.

‘Haal je macbook dan op,’ zegt hij.

‘Maar hier heb ik geen verbinding.’ Ik moet me schamen. Ik verbreek resoluut de twitterverkleving en ga ervoor zitten.

‘Moet je horen, dit is nu commerciële hiphop. Snoop Dogg op zijn nieuwste cd. Valt tegen. Als hij nou zware West Coast beats had gebruikt…’

‘Volgens mij is het sein, niet seinem,’ zeg ik.

‘OK. Maar dit hier is het echte werk. Rakim, dat gaat ergens over’

‘Ik denk dat zwischen met de derde naamval moet.’

‘Kan wel. Van wie is deze beat, mama?’

‘Toe nou, ik houd niet van overhoringen.’

‘Even serieus, let vooral op de drums. Goed afgemixt en geen sandbagging.’

Dr Dre.’

‘Klopt. Wat is diensten in het Duits, mama?’

Als zoon tegen middernacht zijn huiswerk af heeft, heb ik veel geleerd.

p.s. De beats van zoon zelf: http://www.deezy050.hyves.nl/

Oudere Berichten »